In de poelen bij Middelveense kaamp komen allerlei waterdieren voor. De grote vijand van de waterdieren is droogte. Wanneer een poel helemaal droog valt zijn er vrijwel geen waterdieren die dit overleven. De onderlaag van de diepe poel aan deze kant is bekleed met een dikke laag leem. Daardoor wordt hier het water wel vastgehouden. De poelen aan de andere kant kunnen gemakkelijker droogvallen. Maar er zijn nog veel meer bedreigingen voor waterdieren. Sommige dieren zoals vissen brengen hun hele leven in het water door. Zij zijn volledig uitgerust om er te leven, om zich te voeden en om zich voort te planten. Veel waterdieren brengen maar een deel van hun leven in het water door. Dat houdt in dat zij voor de verschillende levensfasen heel verschillende gereedschappen moeten hebben. Hoe betrekken b.v. waterkevers zuurstof wanneer ze onder water zijn? Immers wanneer ze gaan vliegen moeten ze ook zuurstof opnemen. Er zijn prachtige toepassingen zoals: telkens een bel lucht van boven halen en die vasthouden met een dichte haarvacht of als luchtpakketje onder het dekschild. Hoe komt een salamander aan zuurstof? Als larve leeft hij in het water en heeft een soort kieuwen net als vissen Maar eenmaal volwassen brengen Salamanders de meeste tijd op het land door. Zij hebben een bijzondere huid waardoor ze zuurstof op kunnen nemen, maar die huid moet wel altijd vochtig blijven! Dat geldt ook voor kikkers. Ook kikkerlarven ( de donderkopjes) hebben uitwendige kieuwen, maar eenmaal volwassen ademen de kikkers meest via hun huid. Kikkers hebben wel longen. Die hebben ze nodig om te kwaken dus ook via de longen kunnen ze wel zuurstof binnenkrijgen. Bij libellen is het zo dat ze als larve in het water leven. De laren van de juffers hebben achter aan hun lijf drie langwerpige kieuwbladen. Daarmee kunnen ze ademhalen en ze gebruiken die kieuwbladen ook om bij verstoeing snel weg te zwemmen. De echte libellen halen adem via hun darmen. Ze halen zuurstof uit het water dat ze binnenkrijgen. Tijdens het uitsluipen is te zien dat aan de achterblijvende larvenhuid een aantal draden vastzitten die uit buisjes komen waarmee de insecten als imago ademhalen. Die ademhalingsbuisjes (tracheeën) worden dan dus geopend. De libel kan dan niet meer (lang) onder water leven.
Voedsel zoeken en voedsel zijn………..
Onder en aan het water wordt een strijd gevoerd. Een deel van de waterdieren leeft van plantaardig voedsel, maar veel soorten leven van levende prooien. Neem de grote spinnende waterkever. het volwassen insect spint een eicocon, waarin de larven tot ontwikkeling komen. De larven eten van steeds grotere prooien als visjes en kikker- en salamanderlarven en jongen en ze eten vooral waterslakken. Wanneer de larve verpopt gaat hij aan land, maar het uitgekomen imago gaat toch weer het water in en leeft dan van plantaardig materiaal. Kikkers eten weer libellen en vlinders wanneer ze die te pakken krijgen. Zo voert ieder strijd om het bestaan. Want ook uit de lucht loert er nog gevaar. Reigers en andere vogelsoorten zoeken voedsel aan en in het water en eten heel wat waterdieren op. Omgekeerd zijn er weer vissen die jonge eenden en meerkoeten opvreten. Wanneer het goed is , is er toch orde en evenwicht: bij weinig vijanden vermeerderen soorten zich snel en wanneer er (te) veel van komen, komen de vijanden vanzelf weer eten van de overvloed.
Joop Verburg