Egbert Buning (zeg maar Eppe) is geboren en getogen in het gebied Middelveen/Ekelenberg. Er was een zandweg richting Ommen en restanten daarvan zijn nog te zien aan de dubbele rij eiken die hier en daar het landschap markeren. Die weg heette toen de Bisseweg, De weg ontleende zijn naam aan de Ommer Bissingh, een eeuwenoude jaarmarkt in dit stadje. De naam Bissingh zou een verbastering kunnen zijn van ‘’bisschop’, het was de Utrechtse bisschop die als landsheer van Overijssel aan Stad Ommen het privilege van het houden van een jaarmarkt zou hebben geschonken. Een andere verklaring van de naam geeft de Dikke Van Dale: ‘drukte’ en ‘jaarmarkt’. In de eerste helft van de negentiende eeuw was de Ommer Bissingh een van de drukste jaarmarkten van Overijssel. (info Bert Steenbergen)
De Bisseweg lag op veilige afstand van de heuvelrug de Ekelenberg, want daar “spookte” het. De aanwezigheid van grafheuvels zullen daar vast wel aan hebben bijgedragen. De weg werd vooral gebruikt door de schepers die er dagelijks met de schaapskudde doorheen trokken richting de heide bij Nolde en om die reden werd het ook wel de Drift genoemd. Eppe werd stratenmaker en hij trouwde met een meisje uit de buurt Hennie Schoemaker. Hennie groeide op in een boerderijtje op de hoek van de Middelveenseweg en de Ekelenbergweg. Zij heeft er een prachtige jeugd gehad. De Ekelenbergweg was een zandpad dat destijds Middelveen heette- Hennie vertelt er met weemoed over hoe ze vroeger over dit zandpad naar school ging met aan beide kanten stroken heide waar ze volop bloemen plukte zoals de Klokjesgentianen) ’s Winters was het pad vaak onbegaanbaar omdat het laag lag tussen de wallen van Ekelenberg en Bazuin. Egbert moest vaak omlopen om bij zijn meissie te komen. Op het land was een leemput. Op deze plek kwamen alle boeren uit de buurt in het najaar leem halen met de boerenwagen. Dat leem werd gebruikt als vloer op de deel. Later werd de deel gewoon in beton aangelegd, maar toen moest de vloer ieder jaar met leem geëgaliseerd worden. De leem moest altijd na de egalisatie een paar dagen uitharden.
De boerderij werd vanaf 1950 bewoond door nicht Anna Schoemaker die getrouwd is met Jan Linde. Zij hebben later de boerderij verkocht aan de familie Breeuwsma die er een nieuw huis heeft laten bouwen. Het land bleef in de familie. Na 20 jaar stratenmakerswerk -meest op de knieën en met een loon van Fl 70,= per week- kwam het lef bij Eppe boven en begon hij in 1968 een eigen bedrijf. Dat aannemersbedrijf Buning groeide uit tot Buning wegenbouw en vierde in 2018 het 50-jarig bestaan. Juist omdat het zo goed ging en zij ook wel geld konden lenen besloten ze het stuk land, toen dat uit vererving overgegaan was naar een broer van Hennie, te kopen. Ze vonden het belangrijk dat het landschap behouden bleef. Inmiddels was daar al wel heel wat in veranderd, want de oorspronkelijke kaampies -langgerekte stukjes land met houtwalletjes er omheen,allemaal van verschillende eigenaren- waren aaneengetrokken, de wallen waren grotendeels verdwenen en de sloten dichtgegooid. Na de overname bleek er veel goed zand op dat terrein te liggen en zij kregen vergunning om dat zand te verkopen. Zo is dat gebeurd en ter vervanging is uit allerlei bron zwarte grond op het terrein gestort en in de jaren daarna is de grond verhuurd en er is jarenlang maïs en aardappelen op verbouwd. Nu achteraf hebben ze daar wel spijt van want er is veel verloren gegaan. Het stukje grond achter Klooster en Dekker -dus aan de westkant van de Ekelenbergweg- is altijd weiland geweest. Daar liepen de koeien van opa Hendrik Schoemaker. Dicht bij het huis van Eppe was een dicht sparrenbosje. Dat bleek voor de kinderen van Eppe en Hennie: Egbert Jr. en Rik een ideaal speelterrein. De jongens hadden er prachtige verstopplekjes. Ook verder werden ze door vader Buning meegenomen het veld in. In Nolde gingen ze op zoek naar eieren. In de bomen broedden Houtduiven. In de hei en in de slootkanten broedden Wulpen, Eenden, Kieviten, Fazanten, Patrijzen, Kwartels en zelfs Korhoenders (tot 1973 zijn daar nog bolderende Korhoenders gezien) Van elk van die soorten mochten ze 1 ei meenemen om uit te blazen en aan een ketting te rijgen. Het zijn allemaal bijzondere herinneringen.
Toen het bedrijf Buning 50 jaar bestond, ontstond het plan om wat voor de natuur terug te doen. Het bedrijf had zoveel grond onder stenen een asfalt aangelegd, dat het tijd werd om wat terug te geven. Aan twee ecologisch hoveniers Ruurd van Donkelaar en Jaap Mekel -beide lid van natuurvereniging Zuidwolde-, werd opdracht gegeven om het gebied van de Kaampies en het oude weiland te herinrichten en er natuurgebied van te maken. Dat is gebeurd in 2019. Toen dit plan ontstond zegde Natuurvereniging Zuidwolde toe om te proberen om een zuidelijk lus aan het Vlinderommetje aan te leggen die ook door dit nieuwe natuurgebied zou kunnen lopen. Ondanks allerlei lastige zaken rond het tracé is dat uiteindelijk gelukt. Nu kan iedere wandelaar kennismaken met een gebied dat, wanneer de tijd er maar overheen gaat , meer en meer gaat lijken op wat het vroeger was: een heischraal gebied met heide en bloemen en natuurlijk een klein sparrenbosje om de herinneringen van zoon Rik daaraan levend te houden.
Joop Verburg










